Deze reis maakten we in samenwerking met Travelbase. Onze ervaringen, inclusief het gezeur, de Luxemburgse Sahara en de minstens tien verplichte ritjes van de glijbaan, zijn volledig van onszelf.

Ik wandelde in drie dagen tijd 35 kilometer door het Mullerthal met een kleuter.

En eerlijk? Wie had dat ooit gedacht?

Het is al een klein wonder wanneer je een kleuter hebt die graag wandelt. Het is misschien een nog groter wonder wanneer je als mama vrijwillig meegaat, ’s avonds niet naar een comfortabel hotel vertrekt en vervolgens ook nog in een tent blijft slapen.

Toch was dat precies wat ik wilde. Ik had zin om nog eens alleen met Linus op reis te gaan. Echt samen, met z’n tweetjes. We wilden kamperen, maar ook iets beleven. Want voor mij mag een reis meer zijn dan alleen ergens aankomen en ontspannen. Een reis mag je iets meegeven. Ze mag je uitdagen, je af en toe een beetje uit je comfortzone halen en je achteraf laten denken: kijk eens wat wij samen gedaan hebben.

Ik had de HikeTribes van Travelbase al vaker voorbij zien komen en werd daar altijd enthousiast van. De Dolomieten waren met Linus natuurlijk nog iets te ambitieus. Toen ik zag dat er ook een familietocht door het Mullerthal bestond, met een minimumleeftijd van vijf jaar, wist ik het meteen: dit moesten wij doen.

“Mama kan jou niet dragen”

Vooraf maakten Linus en ik duidelijke afspraken.

“Ik weet dat jij wandelen leuk vindt,” zei ik, “maar dit zijn veel kilometers. Je moet zelf een rugzakje dragen en mama kan jou onderweg niet dragen. Papa is er ook niet bij.”

Hij knikte alsof we zojuist een waterdicht contract hadden afgesloten.

Maar in hoeverre begrijpt een kleuter werkelijk wat een volledige dag wandelen betekent? Dat weet je natuurlijk pas wanneer je bezig bent. We praatten er vooraf in ieder geval veel over. We kochten een klein rugzakje en wandelschoenen bij Decathlon. Geen peperdure exemplaren, gewoon schoenen die goed zaten rond zijn dikke, poezelige voetjes.

Die schoenen liet ik hem wél uitgebreid inlopen. Mijn grootste schrik was dat we daar zouden aankomen en na enkele kilometers al met blaren, pijnlijke voeten en een bijzonder ontevreden kleuter zouden zitten. Gelukkig vond Linus zijn nieuwe wandelschoenen zelf geweldig en droeg hij ze vooraf met plezier.

De voeten waren er klaar voor. Nu de rest van ons nog.

Het Mullerthal, maar deze keer van camping naar camping

Het Mullerthal in Luxemburg, ook wel Luxemburgs Klein Zwitserland genoemd, is bij veel Vlamingen bekend. Ik wandelde er in mijn jeugd al vaker: lange tochten in de gutsende regen, kortere wandelingen en uitstapjes naar de kloven en grillige rotsformaties waar de streek zo beroemd om is.

Maar een meerdaagse tocht van camping naar camping voelt toch totaal anders.

Toen we bij het eerste kamp aankwamen, zagen we meteen die herkenbare Travelbase-touch. Gezellige glampingtenten, leuke zithoekjes, tafeltjes, spelletjes en een warme ontvangst. Ik kreeg koffie, Linus een ijsje. We waren nog niet goed en wel geïnstalleerd toen hij naar mij toe kwam en zei:

“Mama, ik vind het hier zo fijn!”

Dat leek mij alvast een uitstekend begin.

De voorbereidingswandeling en de Limburg… euh, Luxemburgse Sahara

Op de eerste dag stond een korte voorbereidingswandeling gepland van ongeveer twee uur. Het was midden juli en loeiheet, dus na de autorit trokken we frisse kleren aan, rustten even uit en begonnen daarna op ons gemak aan de tocht.

Meteen buiten de camping zagen we de typische rotsformaties van het Mullerthal. Het eerste deel liep door het bos en was prachtig. Daarna volgde een klein stuk langs de weg.

Dat duurde misschien tien minuten, maar wanneer je met een kleuter wandelt, wordt tijd anders berekend. Tien minuten over asfalt staat ongeveer gelijk aan drie kwartier door een woestijn zonder water.

Zodra we weer het bos in liepen, veranderde alles. Het werd merkbaar koeler en ook de sfeer werd rustiger. In de Travelbase-app stond een fotobingo waarmee kinderen onderweg details moesten zoeken en fotograferen. Zo’n kleine toevoeging maakt een verrassend groot verschil. Linus speurde enthousiast rond en vergat dat hij officieel met een zware expeditie bezig was.

Tot we bij een zandweg kwamen.

Volgens Linus was dit erger dan wandelen door de Sahara. Nu moet ik eerlijk toegeven: het wás heet en stappen door los zand is niet het leukste onderdeel van een wandeling. Maar we overleefden onze Luxemburgse woestijnoversteek, vonden daarna opnieuw het bos en hielden een uitgebreide picknickpauze.

Tijdens het laatste deel kon hij op verschillende plekjes aan het water spelen. Daarmee was het Saharatrauma snel verwerkt. Na een kleine drie uur, inclusief heel veel stops, fotobingo, picknick en spelen, kwamen we tevreden terug aan op de camping.

Uitgewandeld? Welnee, er was een zwembad

Ik had verwacht dat Linus na die wandeling volledig uitgeteld zou zijn.

Dat bleek vooral wishful thinking.

De camping had een prachtig zwembad met fonteinen, een kinderbad en een glijbaan die spannend genoeg was om mij minstens tien keer mee naar beneden te sturen. We brachten er nog ongeveer twee uur door. Linus had blijkbaar een verborgen energiereserve die uitsluitend beschikbaar kwam zodra er water en een glijbaan in beeld verschenen.

Daarna volgde de briefing. Onze ranger legde uit hoe de komende dagen zouden verlopen en we maakten kennis met de andere gezinnen. ’s Avonds aten we pizza op de camping, heel gezellig en verrassend lekker, en kropen daarna vroeg onze tent in. De volgende ochtend begon de eerste echte wandeldag.

Ontbijten en tegelijk je lunchpakket maken

Het ontbijtconcept was eenvoudig en slim. Op de camping stond ’s morgens een uitgebreid buffet klaar. Terwijl je ontbeet, maakte je meteen je lunchpakket voor onderweg. Er waren verse broodjes, fruit, energierepen, snoepjes en een plek waar je je waterflessen kon vullen.

Wij hielden het overzichtelijk: een broodje met kaas en groenten, een broodje met choco voor de noodzakelijke levensvreugde, en een stuk fruit. Dat bleek meer dan voldoende.

Ook het ontbijt zelf was uitstekend: croissants, een eitje, verse producten van de bakker, maar ook hippere dingen zoals hummus en olijven. Het was niet luxueus opgediend met linnen servetten en zilveren bestek, maar het was voor tweehonderd procent in orde. Precies wat je nodig hebt voor een wandeldag.

Ondertussen had Linus op het kamp al een vriendje gemaakt.

En dat is iets wat ik altijd bijzonder vind aan de reizen van Travelbase. Tijdens een van mijn eerdere reizen zeiden ze: “Het is een groepsreis, maar het is vooral jouw reis.” Dat gevoel klopt. Er is een groep, maar die neemt je tijd en energie niet over. Ze geeft juist iets extra’s. Je kunt samen optrekken wanneer je daar zin in hebt en toch je eigen tempo en ervaring behouden.

Speeltoestellen, kastelen en een kleuter met een lege batterij

De wandeling van die dag was een schot in de roos. We waren amper een kwartier onderweg toen het eerste speeltoestel al verscheen. Daarna volgden een kasteel, houten vlonderpaden, water en voortdurend nieuwe plekjes om te stoppen en te spelen.

Tegen de middag begon Linus toch moe te worden. Het was opnieuw erg warm en er volgde een kort stuk langs de weg. Gelukkig waren de stukken asfalt op deze route heel beperkt. Ik ken verschillende wandelingen in het Mullerthal waar je langer langs de baan loopt, dus ik merkte dat deze tocht bewust zo veel mogelijk door het bos was uitgestippeld.

Na dat stukje weg was Linus’ batterij leeg.

Niet bijna leeg. Niet in energiebesparingsmodus. Gewoon uit.

Ik keek naar de resterende kilometers en dacht: hoe ga ik dit in vredesnaam voor elkaar krijgen?

Maar toen volgde een stevige klim en stonden we plots midden tussen de indrukwekkende rotsformaties van het Mullerthal. Alsof iemand de kleuter aan een snellader had gehangen, begon Linus weer te rennen. Hij kroop door kloven, liep trappen op en af en bouwde stenenmannetjes.

Het is moeilijk uit te leggen hoe sprookjesachtig die omgeving is. De met mos begroeide rotsen, smalle doorgangen en het gefilterde licht tussen de bomen maken dit voor mij een van de bijzonderste wandelgebieden van Europa.

En de timing kon niet beter: die magische rotswereld lag helemaal aan het einde van de etappe. Daarna stonden we vrijwel meteen bij de volgende camping.

Geen zwembad, wél een knikkerbaan

Camping nummer twee had geen zwembad. Dat nieuws werd door de kinderen vooraf niet bepaald enthousiast ontvangen.

Gelukkig had de camping een mooie houten speeltuin en vooral: een gigantische knikkerbaan. Voor een paar euro kocht je een grote knikker die je vervolgens over het hele parcours kon laten rollen.

Dat klinkt op papier misschien minder spectaculair dan een waterpark, maar Linus en zijn vriendje waren verkocht. Ze speelden eindeloos met de knikkerbaan en de andere kinderen.

Ook ik had inmiddels fijn gezelschap gevonden. Ik leerde een andere mama kennen met wie ik gezellig iets kon drinken en ’s avonds aten we samen in de bistro van de camping. Het eten was echt lekker en na een lange wandeldag smaakt een maaltijd sowieso nog net iets beter.

Later speelde de hele groep samen Weerwolven. Een uitstekende manier om elkaar beter te leren kennen, en elkaar vervolgens onmiddellijk te verdenken van bedrog en nachtelijke moord.

Doordat er op verschillende dagen nieuwe groepen vertrekken, bleef onze groep klein. We reisden maar met enkele gezinnen, waardoor het nergens voelde als een massale georganiseerde groepsreis. Het was juist intiem en gezellig.

Op weg naar Echternach

De volgende dag was alweer onze laatste grote wandeldag. We zouden eindigen in Echternach.

De route liep opnieuw over de kenmerkende paden van de streek, langs bossen, water en indrukwekkende rotskloven. We passeerden onder meer de bekende Teufelsschlucht. Het waren plekken die ik uit mijn eigen jeugd herkende en nu aan Linus kon laten zien. Dat gaf deze dag voor mij nog een extra laag.

We liepen die dag trouwens niet alleen langs het water, maar ook dóór het water. Met temperaturen rond 32 graden vond niemand dat erg. We zaten heerlijk in de koelte van het bos en besloten alles op het gemak te doen.

Dat was ook nodig, want de afstand en de hitte begonnen in de kleuterkleren te kruipen. Precies de reden waarom we ons midden in de Luxemburgse bossen installeerden om een dutje te doen.

De rangers waren de avond voordien heel eerlijk geweest over de laatste camping. Die was groter, drukker en had weinig schaduw. Ook het zwembad kon er behoorlijk vol zijn. We verwachtten dus niet bepaald een verborgen paradijs en haastten ons niet om er te komen.

Toen we aan de afdaling naar Echternach begonnen, kregen we een fenomenaal uitzicht over de stad. Pure magie.

We wandelden rustig door het centrum, aten een ijsje en bekeken wat winkeltjes. We ontdekten ook een van de snoezigste boekhandeltjes die ik ooit heb gezien. Daarna was het nog maar een paar minuten stappen naar de camping.

Om er te komen, wandel je over de brug van Luxemburg naar Duitsland. Bij de oude grenspost zie je de camping al liggen.

Mijn eerste gedachte was: hoezo zou dit geen fijne camping zijn?

Het Travelbase-kamp lag letterlijk aan de Sûre.

Zonsondergang aan de Sûre

Natuurlijk moesten we eerst naar het grote zwembad. “Moesten”, omdat Linus en zijn vriendje daar een zeer duidelijke mening over hadden.

Maar na het eten trokken we naar de rivier. Het water stond laag, waardoor de kinderen er veilig konden rondlopen en steentjes over het oppervlak konden laten ketsen. De zon zakte langzaam boven het water en ineens voelde het alsof we ergens helemaal alleen waren.

Achter ons lag nog steeds een grote, drukke camping. Maar aan de rand van de Sûre merkten we daar niets van.

Het werd een van die eenvoudige reismomenten die je niet kunt plannen: kinderen die in het water spelen, warm avondlicht en even nergens anders hoeven zijn.

Voor mij was dit absoluut geen slechte camping. Integendeel.

De laatste ochtend en het meer van Echternach

Na onze laatste nacht volgde opnieuw een goed ontbijt en pakten we onze spullen in. Dat inpakken was trouwens het enige wat we met onze grote bagage hoefden te doen. Travelbase vervoerde de tassen telkens naar de volgende camping en uiteindelijk weer terug naar het beginpunt.

Onderweg droegen we alleen een dagrugzakje met onze lunch, drinken en wat kleine spullen. Zeker wanneer je met een jong kind wandelt, is dat echt goud waard. Je hoeft geen kampeeruitrusting mee te sleuren en kunt gewoon het bos in verdwijnen.

Voor we terugkeerden, maakten we nog een wandeling rond het meer van Echternach. Het officiële pad rond het meer is vlak en familievriendelijk, met verschillende speeltuinen en mogelijkheden voor activiteiten op het water.

Linus’ beoordeling van het meer zelf was iets minder enthousiast.

Nu is het mannetje natuurlijk behoorlijk verwend wanneer het over meren, rivieren en helder water gaat. De riviertjes onderweg vond hij geweldig, maar dit meer vond hij niet echt de moeite om in te zwemmen.

Eerlijk gezegd begreep ik hem wel. Voor kleine kinderen voelde de zwemzone minder gemakkelijk: geen geleidelijke, ondiepe instap en het water was niet helder, waardoor je niet goed zag waar je terechtkwam. Voor wat oudere kinderen lijkt het mij fijner.

De speeltuinen rond het meer maakten gelukkig alles goed. Je kunt er ook waterfietsen, suppen en andere wateractiviteiten doen. Wij hielden het bij wandelen en uitgebreid spelen.

Daarna namen we de bus terug naar de eerste camping, zwommen nog één laatste keer en moesten toen echt afscheid nemen.

Was 35 kilometer wandelen met een kleuter haalbaar?

Ja. Maar laat ons ook niet doen alsof iedere kilometer gevuld was met vreedzame bosgeluiden en een dankbaar kind dat verwonderd naar de natuur keek.

Het was inspannend. Het was niet altijd gemakkelijk. Er werd gezeurd. Er waren hete stukken over asfalt en zand. Er waren momenten waarop ik werkelijk niet wist hoe ik Linus nog enkele kilometers vooruit zou krijgen.

Maar er waren ook rotskloven, kastelen, speeltoestellen, picknicks, rivieren, zwembaden, nieuwe vriendjes en een knikkerbaan die onverwacht uitgroeide tot een topattractie.

Door voldoende te stoppen en Linus onderweg tijd te geven om te spelen, bleef het zijn avontuur en niet alleen mijn wandelplan. De familievriendelijke routes, de fotobingo, de kleine groep en het bagagevervoer maakten de tocht bovendien veel haalbaarder dan wanneer ik alles zelf had moeten organiseren.

Zelfs met temperaturen tot 32 graden voelde de reis verrassend ontspannen. We wandelden grotendeels in het bos, bepaalden ons eigen tempo en hoefden ons over de praktische zaken nauwelijks zorgen te maken.

Aan het einde van de driedaagse keek Linus naar mij en zei:

“Mama, dit is keitof. Ik wil het volgend jaar opnieuw doen.”

En wat kun je als mama eigenlijk nog meer wensen?

Ik wilde alleen met mijn zoontje op avontuur, samen iets beleven en ontdekken waartoe we in staat waren. Dat is precies wat deze reis ons gegeven heeft.

35 kilometer, twee kleine voeten en een heleboel herinneringen later wist ik één ding zeker: dit was niet onze laatste HikeTribe samen.

Heb je vragen over wandelen met een kleuter, de campings of wat wij meenamen? Stuur me gerust een berichtje via WhatsApp.